vrolijke voorleesverhalen voor ridders en prinsessen
- met 11 fantastische goocheltrucs!
De koningin kijkt uit het raampje naar de mensen die aan de kant van de weg staan.
De mensen met de vlaggetjes en de hoedjes. ‘Kom op, jongens,’ zegt ze.
‘Het gaat beginnen. Denk aan wat ik gezegd heb. Zwaaien en glimlachen. Zwaaien en glimlachen.
Geen gekke bekken trekken. Niet je tong uitsteken naar de fotografen. Geen rare
grapjes maken.
En niet in je neus peuteren, Paolo. Dat willen de mensen niet zien. Hoe de prins
in zijn neus peutert.’
‘En als ik snot heb dan?’ zegt Paolo. Voor alle zekerheid steekt hij zijn duim in zijn neus. Om te voelen. Als hij snot heeft, kan hij het beter meteen uit zijn neus halen. Vóórdat de auto stopt.
‘Baaaaaah!’ roept Sofie. ‘Mammie! Paolo smeert snot aan de bank.’
De koningin stopt met zwaaien en glimlachen. Ze draait zich om, een diepe
rimpel tussen haar ogen. ‘Paolo? Dat is smerig. Wat zeg ik nou net. Níet in je neus peuteren.’
‘Ja, maar mama ...’
‘Niks mama. Zwaaien en glimlachen.’