en het gaat nooit meer over
'Ik zit al heel lang in het onderwijs,' zei de juf, 'maar ik had eigenlijk nog nooit van u gehoord.'
Negendertig kinderen stormden naar binnen. 'Bent u Corien Oranje?' vroegen ze.
Dat viel mee. De kinderen van groep 4 hadden wel van mij gehoord. De Frikadellenbende hadden ze gelezen, en de ontbijtclub, en Mees zonder vrees, en Hoe overleef ik, maar die was dan weer niet van mij, maar toch een leuk boek.
'Wilt u onze namen ook weten?' vroeg een meisje. 'Wat was uw eerste boek? Wat is er zo leuk aan boeken schrijven? Wat schrijft u nu voor boek?'
'Ik schrijf nu een boek over een jongen die een heel erg ongeluk heeft gehad met zijn paard,' zei ik. En ik vertelde over Olivier, die zijn onderbeen kwijtraakte, en die nu, twee jaar later, bij de zwemtop van Nederland hoort.
'Mijn vader had een keer tranen in zijn ogen,' vertelde een jongen. 'Ik zei: pap, wat is er, hij zei: een vriend van mij is onder de vrachtwagen gekomen, er had iemand achteruit zijn vrachtwagen geparkeerd en die dacht wel: wat voel ik, maar hij dacht: het is zeker niks, dus hij was niet uitgestapt, en pas later zag hij dat hij over iemand heen was gereden, hij zei: moet ik 112 bellen? Nee dat hoeft niet, ik ga toch dood.'
'Mijn opa heeft zijn pink eraf,' zei een meisje.
'Ik ken een jongen die viel in een machine en toen werd z'n arm eraf gerukt. Die zat los in zijn mouw.'
'En heeft hij nu een prothese?'
'Nee, want ze hebben zijn arm er weer aangezet.'
Ik vertelde over voetbalboeken. Dat ik eigenlijk helemaal niet goed kan voetballen, en dat ik dus naar alle voetbaltrainingen en wedstrijden van mijn zoons ging, en altijd vlak naast de coach ging staan, zodat ik alle handige tips kon opschrijven. Zoals: 'Houd je handen voor je kruis als er een vrije trap genomen wordt.'
Een jongetje rechts vooraan stak zijn vinger op. 'Hé, daar ken ik ook nog een mop over!'
'Als je die nou nog even bewaart,' zei ik, 'en dan vertel je hem straks aan het eind.'
Waarom had ik het niet gewoon over de schaar gehad of over de Cruijffdraai? Iets onschuldigs?
'Het is tien voor twaalf,' zei de bibliothecaresse.
'O, wat jammer,' zei ik. 'Het is al tijd. Ik denk dat jullie terug moeten naar school.'
'Mag ik dan nu mijn mop vertellen?' vroeg het jongetje rechts vooraan.
'Het is toch geen vieze mop hè,' zei ik.
Het jongetje dacht na en schudde toen zijn hoofd. 'Nee. Nee, het is geen vieze mop. Er was dus een jongen en die moest in het muurtje staan voor de vrije trap, maar hij durfde niet, want hij dacht...'
Een klein meisje met een roze bril kwam naar me toe. 'Ik heb astma,' zei ze ernstig. 'En nog twee andere syndromen. En het gaat nooit meer over.'
|