|
|
 |
 |
 |
 |
| Weblog |

rattenhotel
Er moet nog een allerbeslissendst gruwelijk thrillerhoofdstuk geschreven worden, en snel ook, want eind februari is de deadline, en het is al maart. Maar ik heb een paar belangrijke verplichtingen op Bali. En dus stap ik op het vliegtuig. Met mijn computer in mijn rugzak en met New Moon en Eclipse in mijn koffer voor de noodzakelijke leescalorieën. (Ik heb de Twilightserie gekocht voor mijn zoons - ik had niet door dat het meidenboeken waren. Dus dat kwam goed uit voor mezelf).
Een medewerker van het consulaat heeft een heel gezellig hotel voor me uitgezocht. De kamer is niet helemaal schoon en het ruikt ook niet echt fris, maar het ligt vlak aan het strand en op loopafstand van de gezellige restaurantjes en de winkeltjes met surfkleren, en ik hijs mijn rugzak op mijn rug en ga zitten schrijven in Mades Warung, terwijl de taxi's stapvoets voorbij rijden en de toeristen lastiggevallen worden door illegale straatverkopers.
Als ik terugkom op mijn kamer is het donker. En er is iemand. Ik voel het. Ik doe het licht aan en zie mijn zakje boterhammen met appelstroop ('s morgens met zorg klaargemaakt) bewegen.
Een kikker.
Nee. Een rat.
Hij krijgt me in het oog, wringt zich het zakje uit, springt het kastje af en verstopt zich onder het gordijn. Ik bel de receptie. Er zit hier een rat.
Ah. Of ik de deur misschien heb opengedaan, vanmiddag.
Eh. Ja. Het stonk hier. En het was koud. Dus ja. Ik heb de deur even opengedaan.
Geeft niet. Ze sturen wel even iemand.
Een paar minuten later staan er twee dappere mannen voor de deur. Ze zoeken achter de gordijnen. Ze kijken onder het bed. Ze schuiven meubilair aan de kant. En ze slaan de rat dood met een bezem en vegen hem de kamer uit.
Als ze weg zijn, dep ik met een nat doekje het rattenbloed op. En dan bel ik de receptie om te zeggen dat ik dat toch wel behoorlijk smerig vind.
Ik krijg een kamer op de tweede verdieping, waar de ratten niet binnenkomen, zelfs niet als je de deur open laat staan. En ik lees Twilight en ik denk aan mijn boterhammen met appelstroop, die ik morgen niet kan meenemen, omdat ze het galgenmaal waren van een rat.
|
|
 |
 |
 |
 |
|
|