|
|
 |
 |
 |
 |
| Weblog |

aliens in Nederland
De eerste dagen in Nederland zien we eruit als een ouderwets zendingsgezin op verlof. De jongens hebben te korte broeken, Dick loopt rond in een bijzonder achterhaalde fleecetrui, en ik draag sandalen, wat bijzonder koud blijkt te zijn als je ermee door dertig centimeter sneeuw loopt. Zolang je in Indonesië bent, zolang je in het vliegtuig zit, kun je je niet voorstellen dat het echt koud is in Nederland. Maar het is koud, en we zijn er niet op gekleed. We hebben kleren nodig, en schoenen. Verdwaasd lopen we rond in de We en door C&A. Die rare dunne vestjes, de truien met puntruiten, de geblokte overhemden, de heupbroeken. Wat is er gebeurd in de zeven jaar dat we weg zijn geweest? Is Nederland terug in de eighties?
Nee. Dit zijn wij. Aliens in eigen land. Zeven jaar Jakarta, en we zijn ontheemd geraakt. We moeten inburgeren. Nu meteen. Niet toegeven aan ons modegevoel uit 2002. Ik ruk voor mijn jongste zoon een skinny spijkerbroek van een rek. Het blijkt een meisjesbroek te zijn. Die niet past bovendien.
Gelukkig schiet mijn zus me te hulp.
Géén witte sportsokken. Géén kakikleurige broeken! JanSmitbroeken moeten het zijn, en je moet ze zo ver mogelijk naar beneden trekken. Boxers horen boven de broekrand uit te komen. En gel! Waarom hebben de jongens nog geen gel in hun haar?
Twee weken later zijn we in bijna niets meer te onderscheiden van andere Nederlanders. We lopen op laarzen en in geblokte bloesjes. We hebben Unoxmutsen op, schuiven sneeuw en drinken chocolademelk.
We vinden het best leuk. Maar we vinden het ook helemaal niet erg om maandag terug naar huis te gaan. Naar Jakarta. Lekker opwarmen. Slapen onder een lakentje. Het huis uit kunnen rennen zonder jas, zonder muts of handschoenen, zonder sokken, zonder pakjes zakdoeken.
In elk geval hebben we vast een beetje kunnen wennen hier. Want in juni komen we terug. Voorgoed. In kakikleurige halflange broeken, op slippers, en met haar zonder gel erin. Aliens.
|
|
 |
 |
 |
 |
|
|