Wat zou ik graag een coole moeder willen zijn. Zo een waar je als zoon mee voor de dag kan komen. Volgens mij was ik dat ook wel, tot een jaar of drie geleden, maar het tij is gekeerd, en tegenwoordig ben ik iemand om je voor te schamen. Ik draag de verkeerde kleren ('Mam! Décolleté!'), zeg de verkeerde dingen, vooral tegen vriendjes ('Mam! Dat ZEG je toch niet!') en maak de verkeerde grapjes ('Maham. Dat is niet leuk').
Gelukkig is daar mijn echtgenoot. Hij loopt halve marathons, voetbalt, mept met tennis iedereen van de baan, en weet ook nog eens van die geweldige grapjes te maken - een van de jongens met zijn neus in de appelmoes duwen, bijvoorbeeld. Als ik het zou doen, zou het NIET GRAPPIG!! zijn, als hij het doet, laten de mannen zich huilend van het lachen op de grond vallen. Dat hij daarnaast ook piano speelt, is geen smet op zijn blazoen, nee, het maakt het de piano tot een bijzonder cool instrument.
's Morgens vroeg, als ik uit bed kom, word ik met vreugde begroet door jongste zoon. Niet omdat hij zo blij is om mij te zien, maar omdat hij nu eindelijk mag spelen.
's Middags komen de mannen al ruziënd thuis. 'Ik mag eerst.' 'Niet, ik.' Snelle pianomuziek, die ineens ophoudt. Een dreun van een omvallende pianokruk. 'Heeee!' 'Ik mocht eerst!' 'Jij hebt nog niet eens je tas opgeruimd.' 'Nou en?'
Oké, vergeet de coole moeder. Wat mij betreft mag deze fase heel lang duren.