Twee nieuwe boeken: Het doorgezaagde zusje en De dropbom. Klik op het omslag voor meer informatie over het boek en om alvast een stukje te lezen.
Oranjeboeken
Meer info over een van deze boeken? Alvast een stuk lezen? Klik hier en zoek in in de lijst met boeken.
Weblog
Donner en het christelijke boek
In het Nederlands Dagblad van 23 augustus stond een interessant artikel van dr. Gijsbert van den Brink. In mijn vorige blog heb ik er al naar verwezen. Helaas staat het artikel niet op het openbare gedeelte van de site, maar met toestemming van de auteur neem ik er een (heel groot) gedeelte van over.
'Aan de Rotterdamse Lijnbaan bevindt zich (...) een van de grootste en mooiste boekhandels van ons land: de firma Donner. Het is tegenwoordig weliswaar een confectiewinkel geworden (een onderafdeling van Selexyz), maar voor mij blijft zo’n pakhuis met zeven verdiepingen vol boeken een walhalla. (...)
Eenmaal aangekomen concentreerden we ons ditmaal wat extra op de afdeling kinderboeken.
Onze kinderen vergezellen ons binnenkort voor een wat langere periode naar de VS, hopen daar een Engelstalige school te bezoeken en zullen hun Nederlands dus enigszins zelfstandig bij moeten houden.
Wat extra kinderboeken inslaan kan dan geen kwaad. Nu zijn onze kinderen nogal gecharmeerd van de boeken van Corien Oranje, een populair auteur die inmiddels heel wat (kinder)boeken op haar naam heeft staan. Tot onze verbazing troffen we echter geen enkele titel van haar in de kasten aan.
Bij navraag aan de balie deed de naam van de schrijfster ook geen belletje rinkelen, maar een zoektocht op de pc leidde al snel tot de veronderstelling dat het hier wel eens om een christelijke auteur zou kunnen gaan.
Dr G. van den Brink* vertelt in het Nederlands Dagblad van 23 augustus over zijn bezoek aan Donner, een van de grootste boekhandels van het land. Omdat hij binnenkort met zijn gezin naar Amerika vertrekt, wil hij vast wat kinderboeken inslaan. Tot zijn verbazing kunnen ze bij Donner geen enkel boek van Corien Oranje vinden.
Ik moet zeggen dat ik niet verbaasd ben. Ik ben vorig jaar ook in Donner geweest – wij sloegen altijd boeken in voordat we na de zomer weer teruggingen naar Indonesië - en ik kon de verleiding niet weerstaan om even te kijken of er misschien, heel misschien in deze gigantische boekwinkel ook een boek van mij... neeee. Natuurlijk niet. Logisch.
Natuurlijk is het leuker om een prijs te winnen als twee van je boeken genomineerd zijn. Maar een lovend juryrapport is bijna net zo bijzonder als een prijs. Dat je boeken zo nauwkeurig gelezen en besproken worden door beroepslezers, en dat ze je boeken nog mooi vinden ook, is een bijzonder cadeau.
Een boek schrijven is eenzaam werk. En het wordt nog eenzamer als het boek af is. Het over-en-weer contact met de redacteur over de laatste wijzigingen houdt op. Er breekt een windstilte aan. Ergens ver weg wordt het boek gedrukt en in elkaar genaaid, het wordt op vrachtwagens geladen en naar boekhandels gebracht. En dan?
Ik weet dat meisjes de boeken over Sasha leuk vinden. (en dat ik er meer moet schrijven. Meer. MEER!!). Maar jongens mailen niet. (Hé! jongens?!). In de algemene boekhandels zie ik mijn boeken niet liggen. Bestaan ze eigenlijk wel?
Dus een nominatie is geweldig. En een juryrapport helemaal. En daarom een stukje. Van mijn cadeau.
De wind blaast ons bijna van onze fietsen, en af en toe regent het. 'We moeten zomerjassen kopen voor de jongens,' schreeuwt Dick.
Daar zijn we mooi op tijd mee. Zomerjassen, eind augustus. Maar op de een of andere manier is het nog niet eerder in ons opgekomen. Pas nu, een paar dagen voordat ze naar school moeten, en we ons realiseren dat het hier niet altijd zomer blijft, en dat de jongens het wel eens koud zouden kunnen krijgen in de tijd vóórdat ze hun winterjassen kunnen gaan aandoen, dringt het tot ons door. Dit is Jakarta niet.
Gelukkig is in Groningen alles te krijgen. We kopen bij C&A drie zomerjassen ('kunt u de prijsjes er vanaf knippen, dan kunnen ze ze meteen aan'), en gaan dan naar de Hema voor kaftpapier en geodriehoeken en rekenmachines, schriften, multomappen, tabbladen, etuis, stickers en alle andere dingen die brugklassers nodig hebben. Uitpuilende, uitscheurende zakken vol.
Oudste broer komt langs met vrouw en dochters. 'Leuk huis,' zegt hij, en loopt meteen door naar de dichtstbijzijnde boekenkast, die hij aan een uitvoerige inspectie onderwerpt. 'Catching fire? Waar is de Hungergames?'
'Imprimatur? Heb je de andere delen ook gelezen?'
'O. Dus dit zijn die Twilightboeken.' Hoor ik daar een kritische ondertoon in zijn stem? Je boekenkast laten keuren door je broer - dat is net zoiets als bij de tandarts in de stoel liggen. En je hoort niet eens of je gaatjes hebt.
Een paar uur later komt broer twee. Met vrouw en dochters. 'Mooi huis,' zegt hij, en loopt naar de boekenkast. 'Hé. Kale Carlos. Die ben ik aan het voorlezen.'
'Wie z'n droom is dit?' vraagt mijn schoonzusje ineens.
Hoe zou u uzelf omschrijven als u een boekenfiguur was?
'Zelf dacht ze dat ze een behoorlijk coole moeder was. Een moeder waar je mee voor de dag kon komen. Maar haar kinderen dachten daar heel anders over, en sisten haar toe dat ze niet mee moest bewegen met de muziek, dat ze niet moest denken dat haar grapjes leuk waren en dat ze niet van die rare hemdjes aan moest doen.'
Welk boek heeft u als kind in één keer uitgelezen?
Bolderburen van Astrid Lindgren: als je dat leest, wil je ook in een gehucht in Zweden wonen en kilometers naar school lopen in de sneeuw en appels poffen in de open haard en in de zomer picknicken in de boomgaard. De torens van Februari van Tonke Dragt. De kinderkaravaan, Lawines razen en Donald van An Rutgers van der Loef. Spannende boeken met hoofdpersonen die zo levensecht zijn dat je het gevoel krijgt dat je ze kent. Avonturen die je je twintig jaar later nog herinnert.
De zon schijnt, en gitaarmuziek waait de open tuindeuren binnen. Oudste zoon, die wekenlang aan zijn computer zat vastgeketend alsof het een levensreddend infuus betrof, speelt weer. En hij zingt. Would you know my name?
De drie anderen hebben vanmorgen bij opa en oma het babypoesje uitgelaten aan een klein rood tuigje, en in het bos bij de Bolhuissteeg hun allereerste hut gebouwd. De schrammen en schaafwonden die ze de eerste weken opliepen bij het vallen van hun fiets zijn inmiddels genezen.
Het is vakantie en de dames houden zich bezig met skaten en achterover hangen op de rekstok en met het geven van goochelvoorstellingen in de tuin. Zie je dit pak kaarten? Trek er eens eentje uit. En stop hem nu terug. Kijk, even wachten, ho, oeps, even overnieuw. Was dit je kaart? Een schoppen 8? Ik wist het wel. Je wilt zeker wel weten hoe ik het deed, he? Zal ik het zeggen?
Ik kom even langs met een stapeltje Columbus Fun Magazines. De dames laten hun goocheltrucs in de steek, nemen plaats op de bank en slaan hun benen over elkaar.
En, dames?
'Waarom doen we geen Meatless Monday meer?' vragen mijn zoons maandagavond tijdens de Kip King David - een recept van veertig jaar geleden, troostvoedsel, uitermate geschikt voor families die cultureshocks het hoofd proberen te bieden. 'O, maar morgen eten we vegetarische hamburgers,' zeg ik snel.
'Vegetarische hamburgers?' zegt oudste zoon. 'Maar het vlees dan?'
'Duh. De bonen zijn het vlees.'
'BONEN??'
Er staan 160 onuitgepakte boekendozen in de toekomstige studeerkamer op zolder. Er staat een drie meter lange eettafel in de tuin, en een mammoetskelter met vier lege banden, en de woonkamer ligt vol karton, piepschuim en triplex. De schuur is zo vol dat we ons er nauwelijks doorheen kunnen worstelen om een fiets te pakken. Een orgel, een smerige schommelbanaan, een fietskar, nachtkastjes, een afwasmachine, lampen, afvalbakjes, plastic tuinstoelen, matrassen, computers en televisies van lang geleden. Waarom hebben we zoveel bewaard? Omdat we niet wisten dat we zolang weg zouden gaan. Omdat we niet weg konden gooien, zeven jaar geleden.
Sommige mensen laten zich met recht en reden afschrikken door een waarschuwende recensie. Anderen, zoals Anna Margriet daarentegen slaan alle waarschuwingen in de wind, rennen naar de boekhandel en kopen het boek zonder ook maar enigszins aan de langetermijngevolgen te denken.
Aan jou kan ik al mijn vragen over KPN kwijt, begrijp ik? Als ik het maar kort en bondig houd?
Oké, Kim, ik zal mijn best doen.
1. Toen ik in Nederland aankwam, heb ik 20 euro beltegoed gekocht, Kim. Twintig euro. In Jakarta kan ik voor dat bedrag twee of drie maanden bellen. Maar hier in Nederland was het binnen drie dagen verdwenen. Weggelekt, zonder dat ik belde. Vreemd, Kim. Mijn twittervrienden raadden me aan om contact me je op te nemen. Maar ik had zo het idee dat dat weinig zin had. Ik wist al wat je zou zeggen. Dat ik een iphone had, en dat jullie van KPN daar elke 30 minuten vijftig cent van af mogen halen.
Repatriëren zou je per schip moeten doen. Niet met het vliegtuig.
Je lichaam wordt in een soort van hypnotische toestand razendsnel over de wereld vervoerd, zodat je 16 uur na vertrek uit Jakarta weer rondloopt op Schiphol alsof je nooit ergens anders bent geweest. Maar je geest kan het niet bijbenen.
De eerste dagen in Nederland heb ik het nog niet zo door. Mijn zintuigen staan op scherp, en alles komt met verfrissende nieuwheid binnen. De koele, zuivere lucht 's morgens op een parkeerplaats ergens tussen de weilanden, fietsende kinderen op weg naar school, de geur van bloeiende meidoorn en pasgemaaid gras, het gezang van de merels, het gekoer van duiven, de Groningse tongval van de dame in het gemeentehuis, de pluizen van de populieren die door de lucht zweven, de rechte wegen en sloten, het geel van de boterbloemen, de vriendelijke warmte van de zon.
Op recensies moet je als schrijver niet reageren, denk ik. Maar sommige recensies zijn zo leuk dat ik het niet kan laten.
Deze bijvoorbeeld, uit het Reformatorisch Dagblad. Die eigenlijk heel positief is, als je tussen de regels doorleest.
Voorleesboeken stellen teleur
(...) Ook ”Het doorgezaagde zusje” van Corien Oranje zou lezers kunnen teleurstellen. In ieder geval wanneer zij aarzelen of goochelen en toveren –compleet met toverstaf en spreuk– wenselijke bezigheden van hun kinderen zijn. Na elk hoofdstuk staat de truc uitgelegd. Elk kind haalt wel eens een trucje uit. Een heel voorleesboek erover geeft echter een stimulans die niet iedere ouder zal willen geven. Ook hier trouwens woordgebruik als stront, drol en kak.
Ik kan het niet ontkennen. Er wordt gegoocheld in het Doorgezaagde zusje. En dat is maar goed ook, want anders zou het een bijzonder gruwelijk en bloederig boek zijn. En dat prins Paolo vieze woorden gebruikt, klopt ook al. Ik hoefde niet ver in mijn geheugen te graven om jongetjes te vinden die als voorbeeld konden dienen. Sterker nog, Paolo houdt het eigenlijk bijzonder netjes vergeleken bij de kinderen met wie ik het dagelijks te stellen heb.