Mijn vader - 79, kerngezond en in uitstekende conditie - moet naar het ziekenhuis voor een (routine)colonoscopie, een ingreep die weinig voorstelt, en ik kan het weten, al zal ik niemand vermoeien met de details (of met het setje kleurenfoto's dat ik na het onderzoek in Jakarta meekreeg). Ik heb afgesproken mijn vader naar het ziekenhuis te brengen en later weer op te halen, want zelf autorijden na een roesje is wellicht niet zo'n heel goed idee. Geen probleem.
Totdat hij meldt dat hij bloedverdunners gebruikt. Nu moet hij een week van tevoren worden opgenomen, moet hij in het ziekenhuis aan een infuus en de hartbewaking, en moet de thuiszorg twee maal daags bij mijn moeder langs. Mijn zoon gaat een week bij haar logeren, ik ga twee maal daags met haar naar het ziekenhuis, haal haar op voor het eten en doe de boodschappen.
Bom in de klas is het vervolg op het veelgeprezen en inmiddels herdrukte meesterwerkje Juf in de pan, waarin juf Fiep gekookt én bijna opgegeten wordt door een reus. Zonder het kloeke ingrijpen van groep 3 zou er geen juf Fiep meer zijn. Ook in Bom in de klas is het maar goed dat juf Fiep altijd kan rekenen op de steun van de kinderen van groep 3.
Onze ideeën voor het nieuwe boek van Corien Oranje
Van groep 7 van de St Antoniusschool in Vriezenveen kreeg ik een map vol ideeën mee. Voor als ik niet wist waar ik over moest schrijven. Ideaal. Handig zijn ook de schrijftips, en de kant-en-klare omslagen.
Tips van Denise:
- meer plaatjes
- meer grapjes
- meer fantasie gebruiken
jiri:
Ik zou graag een boek willen lezen waar een familie honden een geheime basis vind op de bodem van de zee geleid door boeven
idee van Rosie:
Amy is elf met een geheim. Haar geheim is dat ze in het geheim handbalt. Alleen Sara haar bff weet haar geheim.
Mijn vader kreeg een telefoontje van de Alzheimerstichting. Een of andere mevrouw vroeg of er Alzheimer in de familie voorkwam. O, wat erg. Dat was vast niet makkelijk. Meneer begreep vast wel dat er veel onderzoek nodig was. Zou hij kunnen overwegen om donateur te kunnen worden? 'En dan wordt u nu naar het bel-me-niet-register geleid.'
Mijn vader had de maand ervoor zojuist een gift overgemaakt. Hij staat in het bel-me-niet-register. Maar er is blijkbaar een regel dat je iedereen die geld overmaakt mag bellen om te vragen om nog een gift. Of om een donateurschap.
De gordijnen zijn altijd dicht. Boven en beneden. Voor en achter. De voor- en achtertuin zijn betegeld. En nooit, nooit heb ik iemand in of uit het huis zien komen. Terwijl ik er dagelijks langsloop. Heel soms staat er een licht aan, 's avonds. Dat zie ik door de schutting en het rolgordijn heen.
Ik weet genoeg. Dit is een wietkwekerij. Gewoon in Haren dus he. In onze brave naoorlogse wijk achter het spoor. Maar ja, criminelen zijn overal. Dat blijkt wel weer.
Of nee. Het is geen wietkwekerij. Er wonen mensen met een lichtallergie. Hartstikke zielig. Krijgen allemaal blaren als er licht op hun huid komt. Gelukkig dat ik de politie niet heb ingeschakeld. Stel je voor. Kun je geen daglicht verdragen, komt er ook nog eens een politieagent aan je deur.
Ik heb wel tien keer gekeken of ik het goed heb gelezen. Ja, het staat er echt: aankomst bij school: 4 am. Die werkweken naar Zweden en Griekenland doen vooral bij drielingouders een behoorlijke aanslag op de nachtrust. Het ene kind is nog niet vertrokken of een volgend kind moet middenin de nacht opgehaald worden.
Om 10 voor 4 sta ik voor een volkomen donkere school. Geen auto. Geen bus. Geen mens. Ik wacht even, en besluit dan naar het station te gaan. Halverwege krijg ik een telefoontje. 'Hoi mam. Ik ben thuis. De bus was er al om 3 uur.'
Mijn 14jarige zoon gaat op werkweek naar Kos. 'Je hebt nieuwe schoenen nodig,' zeg ik, de dag voor hij vertrekt.
'Ah nee,' zegt hij.
'Jawel,' zeg ik. 'Kijk nou, er zitten gaten in.'
'Maar ze zitten zo lekker.'
'Ja, maar dit kan echt niet meer.'
Een compromis. We kopen nieuwe schoenen, en stoppen ze in zijn koffer. Als hij een keer netjes moet zijn, kan hij zijn nieuwe schoenen aandoen.
Als hij een paar dagen op Kos is, krijg ik een mailtje. Hij heeft zijn nieuwe schoenen nog niet aangedaan, omdat hij bang is dat hij ze nooit meer terug zal krijgen in de koffer. En nu heeft zijn gastgezin, blijkbaar in de veronderstelling dat hij nogal arm is, nieuwe schoenen voor hem gekocht. Hij vindt het verschrikkelijk. Wat moet hij doen?
Mijn schoonzusje José was jarig, deze week. Ik stuurde haar een cadeautje, dat eigenlijk niet voor haar, maar voor haar jongste dochter bedoeld was: 'Bom in de klas', het vervolg op 'juf in de pan'.
Juf Fiep, die in het vorige deel al zo dom was om zich tijdens een uitstapje in het bos door een reus te laten pakken en bijna te laten opeten (als groep 3 niet had ingegrepen was er niets van haar overgebleven), ziet een tikkend pakje bij de deur van de klas, en belt in paniek 112, in de veronderstelling dat het een tijdbom is. De politie rukt met twee man en een hond uit om juf Fiep in te rekenen.
Sommige kinderen zouden zo'n boek eng vinden. Maar Hedwig niet. Ze schreef per kerende post terug.
Lieve tante Corien,
Ik vint het boek hil luik van dom in de klas
xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxx van Hedwig egt hil vel
Xxxxxxxxxxxxxxxx
lieve Hedwig
ik ben blij dat je het boek leuk vindt!
er komt nog een boek. dat heet: hier met dat goud!
het wordt heel eng. Maar het duurt nog lang voor het klaar is!
Om half 2 's nachts gaat de wekker. Ik schiet overeind, kleed me aan, doe lenzen in, kom tot mijn verbazing mijn oudste zoon tegen beneden ('ik heb nog honger') en stap de auto in. Vreemd dat de buren allemaal nog tv kijken. Ik start de motor en kijk naar de tijd. Half 1?? Is het half 1? Of is er iets met zomer- en wintertijd dat ik nog niet snap?
Ik stap uit, ga naar binnen en ontdek dat ik niet wakker ben geworden van de wekker, maar van mijn agenda, die mij even een vriendelijk seintje gaf dat ik over een uur mijn twee zoons van de bus moest halen. Ik stap zuchtend weer in bed. Natuurlijk slaap ik die laatste vijftig minuten niet meer. Maakt niet uit. Het is al bijna routine. Gisteren heb ik J. middenin de nacht bij school afgeleverd voor zijn reis naar Griekenland. Vannacht haal ik zijn drielingbroers op van hun reis naar Zweden.
Ze zitten op tweetalig VWO, en hebben in de tweede klas een uitwisselingsweek met Engelstalige leeftijdgenoten in Zweden, Noorwegen of Griekenland. Ze wonen een week in een gastgezin, gaan mee naar school, naar de kerk en naar de Burger King, voetballen, honkballen en zwemmen samen en leren vooral heel veel Engels.
Hoewel dat laatste toch wat tegen lijkt te vallen.
Natuurlijk is het leuk als je in de tweede klas al een week naar Zweden mag voor een uitwisseling met leeftijdgenoten. Vooral dat je dan mag vliegen. Ook al is er geen tussenlanding, wat het een stuk leuker gemaakt zou hebben, maar goed, over een week is de terugreis en dan mag je nog een keer. Jammer alleen dat het dan midden in de nacht is en dat je het opstijgen en landen dan niet zo goed kunt zien.
Ik gun het ze van harte, en stiekem zag ik misschien zelfs wel een klein beetje uit naar de rust in huis. Ik heb nog vijftig procent van mijn kinderen over. Maar o, wat is het stil in huis, en wat mis ik ze. Het geklier, de omhelzingen, de modderschoenen, het geruzie over wie er af moet ruimen en wie er de fietsen buiten moet zetten.
Olivier trekt zich er niets van aan dat zijn boek af is. Zijn eigen verhaal gaat door en door en door. Vorige week moest hij naar Denemarken. In zijn eentje. Een week lang. Hij had een trainingskamp, gevolgd door de Danish Open, een internationale zwemwedstrijd met tegenstanders uit 19 landen: Rusland, India, Brazilië, Denemarken, Zwitserland. Het was geen wedstrijd met leeftijdgenoten, maar een gewone volwassenwedstrijd. Bondscoach Mark Faber is hard bezig om Olivier klaar te stomen voor de Paralympische Spelen van 2016, en dan heb je natuurlijk wel geduchte tegenstanders nodig. De beste parazwemmers van de wereld, bijvoorbeeld.
een daglang therapie. Of 'Nederland zingt' van binnenuit.
Om 9 uur 's morgens stonden ze voor de deur, Mike (cameraman), Mike (geluidsman) en Annemarie (regisseur) van het programma Nederland zingt op zondag. EO-directeur Arjan Lock kwam even later, want die was op de fiets natuurlijk. (welnee, hij was niet op de fiets, de fiets werd later met de auto gebracht, je denkt toch niet echt dat hij 's nachts om 01.30 uur uit Hilversum vertrekt om op tijd in Haren te kunnen zijn).
Om 6 uur 's avonds waren ze klaar. En tussendoor dronken we koffie, Mike en Mike verbouwden ons huis, ze filmden af en toe een stukje, en ze lieten me door boeken en fotoalbums bladeren en herinneringen ophalen. Het was een daglang therapie. Dwars door oud verdriet heen. Met een stel mensen die ik nog nooit gezien had, maar die in één dag een soort familie werden.
'Die microfoon,' zei Mike, 'die moet onder je jurk door. En die clip moet dan maar in de band van je legging.'
Ik kende Mike nog niet zo lang, maar ach, bij een gynaecoloog doe je daar ook niet moeilijk over.
Ah! De pijn! De pijn! Eerst alleen in mijn rechterarm. Toen in mijn nek. In mijn rug. Mijn schouder. Mijn handen. Mijn vingers. Wie zegt er dat schrijven een ongevaarlijk beroep is! Ik ging naar de fysiotherapeut. Met een keukenrol probeerde ze mijn hoofd van mijn romp te trekken. Dat hielp. Een klein beetje.
Ik ging mijn muis links gebruiken. Ik hing mijn scherm op ooghoogte aan de muur, waarbij ik toch even wil vermelden dat mijn man op dat moment in Jakarta zat en dat er gezien qua DIY-ing van een bijzondere prestatie gesproken mag worden.
O nee. Een van de jongens is zijn brood vergeten. En zijn drinken. En zijn koek. Veertien jaar. In de groei. Altijd honger.
Ik spring op de fiets en rijd naar Groningen. Heb je overal gewoond, in het oerwoud, in een wereldstad, fiets je op een dag gewoon weer langs dezelfde weg naar school als vroeger. Dezelfde weilanden, dezelfde wilgen, dezelfde begraafplaats, hetzelfde kruispunt met de grote klok waarop je kon zien of je het nog zou halen. Alsof de tijd heeft stilgestaan.
Het is pauze als ik aankom. Ik trek mijn muts van mijn hoofd, en ga zo onopvallend mogelijk de school binnen. Als ik net doe of ik er niet ben, zien ze me niet.
Daar staat hij. Met broer en vrienden. Hij heeft een koek in zijn mond.
De meeste dagboeken die ik heb geschreven heb ik weggegooid wegens wil-ik-niet-meer-weten en te-confronterend. Ik heb er nog drie over. Drie onschuldige dagboeken, geschreven tussen mijn 9e en 14e jaar. Ze liggen in een doos achter het schot, en alleen als ik verhuis kom ik ze tegen, en dan werp ik er een blik in en stop ze snel weer weg. Ik beschouw ze maar als een investering in de tienduizend uur oefening die je nodig hebt om een professional te worden. Het twinkle-twinkle-little-star van een kind dat viool wil leren spelen en dat eerst door het gepiep en gekras heen moet.
'WAAR kan ik jouw boeken kopen? Ik zie ze niet in de boekwinkel.'
Heeft de boekwinkel bij jou in de buurt geen Oranjes staan? Vraag dan of ze het boek willen bestellen. Zelf bestellen via internet kan ook. Hier bijvoorbeeld.
Enquete
Klik voor contact met Corien
Sasha op Hyves
lid worden van de Sasha Digid@gboekfansite? Klik hier!